Citaat | Rechtbank Haarlem 27 januari 2012

Alinea 449 Rechtbank Haarlem 27 januari 2012

Een alinea uit Rechtbank Haarlem 27 januari 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BV2194.

Dat het in de contacten tussen [medeverdachte 8] en verdachte niet tot concrete afspraken is gekomen met betrekking tot de wijze waarop het geld bij [medeverdachte 8] terecht zou komen, doet niet af aan het feit dat op grond van de hiervoor aangehaalde verklaringen van [medeverdachte 8] en verdachte bezien in samenhang met de hiervoor weergegeven inhoud van opgenomen gesprekken waaraan [medeverdachte 8] en verdachte deelnamen en de handgeschreven aantekeningen van [medeverdachte 8], naar het oordeel van de rechtbank kan worden aangenomen dat verdachte aan [medeverdachte 8] een geldbedrag van 3,5 miljoen euro heeft toegezegd. Niet goed valt in te zien waarom verdachte anders aanleiding zag [medeverdachte 8] bedragen te noemen zonder dat duidelijk was wat er tegenover die toezegging moest staan anders dan dat "[medeverdachte 8] eigenlijk zijn normale werk deed maar dan wat sneller" en verdachte in diezelfde periode, te weten vanaf eind 2006 tot in 2007, aan [medeverdachte 8] contante betalingen deed die - zoals hierna zal worden besproken - verrekend moesten worden met diens uitstaande tegoed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2dcb35bb7af6dc8ea6767b893e70504a2892027b99c9ae8000b24247656fbab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2dcb35bb7af6dc8ea6767b893e70504a2892027b99c9ae8000b24247656fbab, en de alinea staat in dat document op bytes 193969 tot 195091.