Citaat | Rechtbank Haarlem 23 februari 2012

Alinea 120 Rechtbank Haarlem 23 februari 2012

Een alinea uit Rechtbank Haarlem 23 februari 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BV9250.

“43. Hoewel uit de voorgaande overwegingen voortvloeit dat een douane-expediteur of diens vertegenwoordiger het recht kan worden verleend om de representativiteit van een monster van ingevoerde goederen te betwisten, ook al was hij tijdens de monsterneming aanwezig en heeft hij daartegen op dat moment geen bezwaar geuit, verzetten echter zowel het beginsel van rechtszekerheid als het nuttig effect van de richtlijnen 79/695 en 82/57 alsook het communautair douanewetboek zich ertegen dat deze mogelijkheid tot betwisting onbeperkt is. Zij dient te vervallen op het moment waarop de douaneautoriteiten de betrokken goederen vrijgeven, behalve in de gevallen waarin kan worden aangetoond dat de staat van de goederen na de vrijgave niet op enige manier is gewijzigd, zodat met name de mogelijkheid bewaard blijft om onderzoek te verrichten en in voorkomend geval aanvullende monsters te nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf6efc13a67222d9f67fc02c8b33eda466c55defa27e11c4c40e054ef2431a24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf6efc13a67222d9f67fc02c8b33eda466c55defa27e11c4c40e054ef2431a24, en de alinea staat in dat document op bytes 35438 tot 36348.