Citaat | Rechtbank Haarlem 19 april 2012

Alinea 121 Rechtbank Haarlem 19 april 2012

Een alinea uit Rechtbank Haarlem 19 april 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BW3602.

4.13. Uit het bovenstaande leidt de rechtbank af dat het door eiser ingenomen standpunt gelet op de stand van de jurisprudentie en de heersende leer pleitbaar is en dat eiser redelijkerwijs kon menen juist te handelen. Aan eiser kan daarom geen verwijt worden gemaakt en daarom is voor het opleggen van vergrijpboetes geen plaats. De boetes dienen dan ook vernietigd te worden. De beroepen zullen daarom gegrond worden verklaard voor zover deze de boetes betreffen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f983fa86c30761b8b28607fadb68fcab787b9714edf13fdd6d770a5baa8476ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f983fa86c30761b8b28607fadb68fcab787b9714edf13fdd6d770a5baa8476ba, en de alinea staat in dat document op bytes 33665 tot 34143.