Citaat | Rechtbank Haarlem 24 april 2012
Alinea 53 Rechtbank Haarlem 24 april 2012
Een alinea uit Rechtbank Haarlem 24 april 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BW8026.
4.5. Tussen partijen is niet in geschil dat de clausule “Betaling zodra het schikt. Uiterlijk …” deel uitmaakt van de overeenkomst. Stolk stelt dat de uitleg die RSB aan de clausule geeft zou leiden tot een volstrekt onbepaalbare betalingstermijn, waarmee zij nimmer akkoord zou zijn gegaan. Gebleken is dat partijen jarenlang hebben samengewerkt en altijd een goede relatie hebben gehad. Tegen die achtergrond is naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk dat partijen in de door RSB geschetste situatie als weergegeven onder 4.1 zijn overeengekomen de betaling afhankelijk te stellen van het verkrijgen door RSB van financiering van een derde. Ook de bewoordingen van de clausule wijzen daarop. Als partijen, zoals Stolk aanvoert, slechts een ruimere betalingstermijn hadden willen overeenkomen, zou een andere formulering voor de hand gelegen hebben. Aan Stolk kan worden toegegeven dat de datum van betaling hierdoor niet kan worden vastgesteld. Daar staat echter tegenover dat RSB zich door de toevoeging“+ Extra ‘fee’ van € 100.000,- excl.” tot betaling van dat bedrag heeft verbonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1fe5d9ba6895b71ead76be959e72db5e5e1d21b7dfbc628827b5104a70261722. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1fe5d9ba6895b71ead76be959e72db5e5e1d21b7dfbc628827b5104a70261722, en de alinea staat in dat document op bytes 11905 tot 13050.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1fe5d9ba6895b71ead76be959e72db5e5e1d21b7dfbc628827b5104a70261722 | shasum -a 256