Citaat | Rechtbank Haarlem 24 april 2012

Alinea 55 Rechtbank Haarlem 24 april 2012

Een alinea uit Rechtbank Haarlem 24 april 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BW8026.

4.7. Op grond van het voorgaande komt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat summierlijk is gebleken van de ondeugdelijkheid van de vordering ter verzekering waarvan de beslagen zijn gelegd, zodat de beslagen zullen worden opgeheven. Hierbij laat de voorzieningenrechter meewegen dat Stolk in haar beslagrekest de voorzieningenrechter onvolledig heeft voorgelicht, nu zij in het beslagrekest geen melding heeft gemaakt van de clausule, die een wezenlijk onderdeel van de overeenkomst vormt, en evenmin een afschrift van de overeenkomst waarin de clausule te vinden is bij het rekest heeft overgelegd. Een afweging van de wederzijdse belangen leidt niet tot een ander oordeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1fe5d9ba6895b71ead76be959e72db5e5e1d21b7dfbc628827b5104a70261722. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1fe5d9ba6895b71ead76be959e72db5e5e1d21b7dfbc628827b5104a70261722, en de alinea staat in dat document op bytes 13945 tot 14640.