Citaat | Rechtbank Haarlem 30 november 2012

Alinea 37 Rechtbank Haarlem 30 november 2012

Een alinea uit Rechtbank Haarlem 30 november 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BY5387.

2.9 De in de jurisprudentie (onder meer de eerder genoemde uitspraak LJN: BV9512) veelvuldig genoemde ‘aanwezigheid van een handels¬hoeveelheid drugs’ als criterium, vindt de voorzieningenrechter nergens terug in de wetsgeschiedenis. Deze komt, naar zij aanneemt, voort uit het strafrecht en is in het coffeeshopbeleid als criterium opgenomen. In de Memorie van Toelichting (MvT, TK 2005-2006, 30515, nr.3, p.10) heeft de minister daarover het volgende verklaard: ‘Naar aanleiding van een verzoek van de NVvR wordt opgemerkt dat met de uitdrukking “daartoe aanwezig is” wordt gedoeld op de aanwezigheid van verdovende middelen, ongeacht de hoeveelheid, die gebruikt wordt of bestemd is voor de verkoop aflevering of verstrekking daarvan. De term is overigens al sinds de invoering van artikel 13b is opgenomen en er bestaat geen onduidelijkheid over. Voor zover de gedachte mocht hebben postgevat, dat daarmee op een handelsvoorraad wordt bedoeld is sprake van een misverstand. De figuur van handelsvoorraad geldt alleen voor coffeeshops die passen binnen het lokale coffeeshopbeleid en voldoen aan de AHOJ-G criteria en wordt in dat verband ingevuld met een hoeveelheid van 500 gram hasjiesj. Bij artikel 13b gaat het om illegale verkooppunten die niet onder het coffeeshopbeleid vallen’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01f3faa2f1de1c6c690d68c5d801ee98b1617b973b18c2417c5bc13daf196c8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01f3faa2f1de1c6c690d68c5d801ee98b1617b973b18c2417c5bc13daf196c8b, en de alinea staat in dat document op bytes 17827 tot 19143.