Citaat | Rechtbank Haarlem 14 december 2012
Alinea 116 Rechtbank Haarlem 14 december 2012
Een alinea uit Rechtbank Haarlem 14 december 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BY7072.
Verdachte heeft een dergelijke verklaring niet gegeven. Hij heeft ter terechtzitting betwist dat hij het geld van [medeverdachte 3] zou ontvangen. Uit het voorgaande volgt reeds dat de rechtbank dat verweer als ongeloofwaardig passeert. Ook anderszins is niet aannemelijk gemaakt dat het geld een legale herkomst had. Aldus is naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam gebleken dat het niet anders kan, dan dat het geld dat verdachte in ontvangst zou nemen, maar dat aan zijn medeverdachte [medeverdachte 3] is overhandigd, geen legale herkomst heeft en afkomstig is van enig misdrijf, alsmede dat verdachte hiervan wetenschap heeft gehad. Daarbij moet het voorgaande in samenhang met de overige in het onderzoek Warnow II aan het licht gebrachte strafbare gedragingen van verdachte en zijn medeverdachten worden bezien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ade1b77f5d69aa578e280cc6fc5bc798e7a4644317e3146eab0060d5cd4d38e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ade1b77f5d69aa578e280cc6fc5bc798e7a4644317e3146eab0060d5cd4d38e, en de alinea staat in dat document op bytes 47088 tot 47927.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7ade1b77f5d69aa578e280cc6fc5bc798e7a4644317e3146eab0060d5cd4d38e | shasum -a 256