Citaat | Rechtbank Haarlem 21 december 2012

Alinea 203 Rechtbank Haarlem 21 december 2012

Een alinea uit Rechtbank Haarlem 21 december 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BY7075.

Naar het oordeel van de rechtbank is voor het onvoorwaardelijk opzet van verdachte op de criminele herkomst van de geldbedragen dan ook onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden. Daarbij betrekt de rechtbank dat, anders dan de officieren van justitie hebben aangevoerd, niet is komen vast te staan dat verdachte kennis droeg van de inhoud van het uit 1995 daterende "overnamecontract" tussen Bouwfonds en [medeverdachte 1] Vastgoed BV (met de daarin opgenomen non-concurrentiebedingen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 16]) en de latere 'arbeidscontracten' van [medeverdachte 1] met Bouwfonds. Evenmin is naar het oordeel van de rechtbank komen vast te staan dat verdachte wist dat de betreffende geldbedragen afkomstig waren uit projecten van Bouwfonds. Hetgeen de officieren van justitie - ook naast de verklaringen van [getuige 29] op dit punt, waarop de rechtbank hiervoor al is ingegaan - ten bewijze van deze stelling hebben aangedragen, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om tot wetenschap op dit punt te kunnen concluderen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6a4e64c970635c4b6fcff0d58a20ee64022c2f8a7cedae345fb3c0046c5e4ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6a4e64c970635c4b6fcff0d58a20ee64022c2f8a7cedae345fb3c0046c5e4ac, en de alinea staat in dat document op bytes 55614 tot 56688.