Citaat | Rechtbank Haarlem 21 december 2012

Alinea 204 Rechtbank Haarlem 21 december 2012

Een alinea uit Rechtbank Haarlem 21 december 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BY7075.

Ten aanzien van de vraag of bij verdachte het voorwaardelijk opzet heeft voorgezeten, overweegt de rechtbank dat op grond van bovenstaande feiten en omstandigheden moet worden aangenomen dat er een aanmerkelijke kans bestond dat de bewuste geldbedragen van misdrijf afkomstig waren. Gezien deze feiten en omstandigheden lag naar het oordeel van de rechtbank een illegale herkomst van de gelden meer voor de hand dan een legale. Echter, uit het dossier en het verhandelde ter terechtzittingen heeft de rechtbank niet de overtuiging kunnen bekomen dat verdachte deze kans willens en wetens heeft aanvaard, en op de koop heeft toegenomen. Dat (de maatschap van) verdachte een aanzienlijke vergoeding - vrijwel gelijk aan de gevallen rente - voor zijn werkzaamheden heeft ontvangen, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Van het opzettelijk witwassen van de gelden dient verdachte dan ook te worden vrijgesproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6a4e64c970635c4b6fcff0d58a20ee64022c2f8a7cedae345fb3c0046c5e4ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6a4e64c970635c4b6fcff0d58a20ee64022c2f8a7cedae345fb3c0046c5e4ac, en de alinea staat in dat document op bytes 56726 tot 57659.