Citaat | Rechtbank Haarlem 21 december 2012

Alinea 284 Rechtbank Haarlem 21 december 2012

Een alinea uit Rechtbank Haarlem 21 december 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BY7075.

Ten aanzien van al deze transacties is de rechtbank, anders dan de officieren van justitie, van oordeel dat onvoldoende bewijs voorhanden is om deze transacties als ongebruikelijk in de zin van de Wet MOT aan te merken. Mede gelet op hetgeen door de raadslieden van verdachte hieromtrent in hun pleitnotities is aangevoerd, kan naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer worden gezegd dat de waardesprongen die bij deze transacties - die (om en nabij) zes, dertien en negentien maanden later plaatsvonden - zijn gerealiseerd, "onverklaarbaar" zijn. Dat deze transacties voortvloeien uit de 126-transactie, die door de rechtbank als ongebruikelijk is gekwalificeerd, maakt niet dat zij reeds daarom ook ongebruikelijk zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6a4e64c970635c4b6fcff0d58a20ee64022c2f8a7cedae345fb3c0046c5e4ac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6a4e64c970635c4b6fcff0d58a20ee64022c2f8a7cedae345fb3c0046c5e4ac, en de alinea staat in dat document op bytes 89754 tot 90498.