Citaat | Rechtbank Leeuwarden 13 maart 2000

Alinea 45 Rechtbank Leeuwarden 13 maart 2000

Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 13 maart 2000, ECLI:NL:RBLEE:2000:AA5157.

Voorts is op verzoek van de rechtbank namens eiseres in de brief van 22 november 1999 uiteengezet waarom eiseres meent dat zij door het bestreden besluit rechtstreeks in haar belang wordt getroffen. Daartoe is in de eerste plaats aangevoerd dat haar belang verband houdt met verplichtingen, voortvloeiend uit goed werkgeverschap. Er is namelijk nog geen formeel einde gekomen aan het werknemerschap van [T.]. Dit hangt samen met de omstandigheid dat na twee jaar arbeidsongeschiktheid eiseres in overleg met [T.] een ontslagvergunning heeft aangevraagd, omdat beiden niet inzien dat [T.] (op redelijke termijn) weer zou kunnen werken. In het kader van dat ontslagvergunningstraject heeft de Directeur Arbeidsvoorziening, op basis van de geldende richtlijn, het oordeel van de uitvoeringsinstelling gevraagd. Deze gaf -zoals bekend- als haar oordeel dat [T.] op korte termijn wel zou kunnen werken. In verband met de bezetting op haar kantoor stelt eiseres er belang bij te hebben te weten of zij op enig moment nu wel of niet plaats moet reserveren voor [T.]. De hieraan klevende onzekerheid werkt volgens eiseres door, omdat zij thans in de plaats van [T.] door middel van een tijdelijke aanstelling heeft voorzien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/acafe6146a82375ca45e8f0a375e2b7f6ba92fe0b914155897acda2dd32bcc5a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt acafe6146a82375ca45e8f0a375e2b7f6ba92fe0b914155897acda2dd32bcc5a, en de alinea staat in dat document op bytes 13819 tot 15048.