Citaat | Rechtbank Leeuwarden 8 december 2000

Alinea 26 Rechtbank Leeuwarden 8 december 2000

Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 8 december 2000, ECLI:NL:RBLEE:2000:AA8916.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar ontvankelijk doch ongegrond verklaard. Ter zake de ontvankelijkheid heeft verweerder overwogen dat niet met zekerheid is vast te stellen of het originele bezwaarschrift op of omstreeks 1 maart 2000 is ingediend, dat het originele bezwaarschrift op 13 juni 2000 nog niet was ontvangen, maar dat op grond van de toelichting zijdens eisers tijdens de hoorzitting wordt aangenomen dat het bezwaarschrift tijdig is ingediend. Inhoudelijk heeft verweerder overwogen dat het grofweg gaat om twee categorieën informatie. De eerste categorie betreft verklaringen van personen inzake verdachten en de mogelijke toedracht van het delict. Ten aanzien van alle verdachten heeft DNA-onderzoek uitgewezen dat zij niet de dader zijn. Het verstrekken van informatie over ex-verdachten maakt inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer, terwijl zij niet de dader kunnen zijn. Openbaarmaking zou voorts leiden tot onevenredig nadeel voor de betrokkenen. Ten aanzien van de niet als verdachte aangemerkte personen geldt dat het verstrekken van informatie over hen inbreuk maakt op hun persoonlijke levenssfeer, terwijl onvoldoende aanwijzingen bestaan om hen als verdachte aan te merken. Bovendien moeten burgers in het belang van de opsporing vrijelijk tegenover de politie kunnen verklaren, zonder angst dat hun verklaringen later aan de openbaarheid worden prijsgegeven. De tweede categorie stukken betreft de opsporingshandelingen, waaronder het met name door eisers opgevraagde sectierapport, het proces-verbaal van bevindingen op de plaats van het delict en het proces-verbaal van het technisch onderzoek. Verweerder beroept zich op het in artikel 10 WOB genoemde belang van opsporing en vervolging. Geheimhouding van deze informatie is noodzakelijk met het oog op toekomstig onderzoek, om verdachten met deze gegevens te confronteren, om opsporing door anderen dan politie en justitie te voorkomen en om te voorkomen dat mogelijke verdachten zouden vluchten of sporen zouden wegmaken. De tapverslagen, stukken betreffende gerechtelijk vooronderzoek en rechtshulpverzoeken bevatten privacygevoelige informatie, vooral ten aanzien van ex-verdachten die na DNA-onderzoek niet langer verdacht zijn. Anonimisering van stukken acht verweerder nauwelijks denkbaar omdat weggelakte gegevens voor ingewijden toch te achterhalen zullen zijn en omdat na uitgebreid weglakken slechts onsamenhangende fragmenten zouden resteren. Anonimisering zou zoveel arbeid vereisen van in de zaak ingevoerde mensen, dat de vlotte voortgang van de werkzaamheden in het gedrang zou komen. De verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] bevatten geen indicaties over gepleegde strafbare feiten. Eisers zijn meermalen ingelicht over deze verklaringen; het publiek verkrijgt geen extra kennis door openbaarmaking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4559bb7c463c3fafc3e277f56a93c547fb7adaf1f1ea07c5ec798d0eb8bfd3ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4559bb7c463c3fafc3e277f56a93c547fb7adaf1f1ea07c5ec798d0eb8bfd3ed, en de alinea staat in dat document op bytes 14647 tot 17483.