Citaat | Rechtbank Leeuwarden 8 december 2000

Alinea 27 Rechtbank Leeuwarden 8 december 2000

Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 8 december 2000, ECLI:NL:RBLEE:2000:AA8916.

Eisers hebben in beroep aangevoerd dat het verzoek om informatie is ondersteund met een door 5853 personen getekende petitie. Verweerder heeft verzuimd aan te geven waarom bepaalde stukken in het geheel niet kunnen worden verstrekt. Elk stuk dat slechts deels onder een uitzonderingsgrond valt, kan voor het overige worden vrijgegeven. Verweerder is echter niet bereid tot het verschaffen van delen van stukken, tot anonimiseren of onleesbaar maken, of tot het verstrekken van samenvattingen. Er is onvoldoende aangetoond dat anonimiseren leidt tot een onleesbare verzameling tekstfragmenten. Dat hiertoe veel mankracht nodig is, is geen weigeringsgrond. Eisers beroepen zich op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) van 29 augustus 1996, JB 1996/201. Door DNA-onderzoek wordt de onschuld van verdachten bewezen. Na DNA-onderzoek weegt derhalve het belang van ex-verdachten bij geheimhouding van hun gegevens veel minder zwaar. Gegevens over ex-verdachten vallen evenmin onder het opsporingsbelang. Bovendien is informatieverstrekking hangende de opsporing en vervolging mogelijk. Verweerder heeft het privacy-argument ingeroepen zonder betrokkenen te horen en aldus heeft hij onvoldoende informatie vergaard omtrent de relevante gegevens. Verweerder heeft voorts verzuimd te toetsen aan zijn circulaire 'Informatieverstrekking door politie en OM' van 27 mei 1992, Stcrt. 1992, 111. Verweerder heeft evenzeer verzuimd onderscheid te maken tussen getuigen die geen bezwaar hebben tegen openbaarmaking van hun verklaring en getuigen die dat wel hebben. Het argument dat moet worden voorkomen dat getuigen niet meer vrijuit zouden spreken tegen de politie, gaat lang niet voor alle getuigen op. Ongewenste opsporing door privé-personen kan ook worden uitgelokt doordat het OM onvoldoende informatie prijsgeeft. Door te overwegen dat openbaarmaking van de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] voor het publiek geen nieuw licht op de zaak werpt, miskent verweerder dat het publiek belang bij openbaarheid uitgangspunt van de WOB is. Zonder de verlangde stukken kunnen eisers de opsporing onvoldoende controleren, waardoor het door de WOB gewaarborgde belang van een goede en democratische bestuursvoering wordt geschonden. In deze zaak is geen tijd te verliezen nu het onderzoek binnenkort zal worden gestaakt. Het zeer bijzondere belang van verzoekers mag onder omstandigheden toch meewegen, zoals blijkt uit de uitspraken AbRS 16 januari 1997 en rechtbank Den Haag 23 september 1999. Inzage in het sectierapport van een naaste is een algemeen aanvaard recht. Dit persoonlijke belang bij kennisname is in feite een publiek belang. Dit brengt mee dat de informatie in dit geval toch exclusief aan eisers kan worden verstrekt. Het bestreden besluit is onzorgvuldig voorbereid, innerlijk tegenstrijdig althans onbegrijpelijk en ontoereikend gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4559bb7c463c3fafc3e277f56a93c547fb7adaf1f1ea07c5ec798d0eb8bfd3ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4559bb7c463c3fafc3e277f56a93c547fb7adaf1f1ea07c5ec798d0eb8bfd3ed, en de alinea staat in dat document op bytes 17491 tot 20398.