Citaat | Rechtbank Leeuwarden 15 februari 2002

Alinea 38 Rechtbank Leeuwarden 15 februari 2002

Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 15 februari 2002, ECLI:NL:RBLEE:2002:AD9319.

Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat, ongeacht de vraag of sprake is van subsidies als bedoeld in art. 4:21 Awb, de wijze waarop vergoedingen voor rechtsbijstand moeten worden vastgesteld en uitgekeerd uitputtend wordt geregeld in de toepasselijke bepalingen van de Wrb en de daarop gebaseerde wettelijke regelingen, in het bijzonder art. 37 Wrb en het Bvr 1994 en 2000. Op basis van dat vergoedingensysteem is er geen plaats voor het op die vergoedingen in mindering brengen van proceskosten die zijn betaald op grond van een veroordeling daartoe in de onderliggende procedure. Weliswaar legt art. 29 Wrb de verplichting op om zo spoedig mogelijk, doch in elk geval voordat de einduitspraak is gedaan aan de rechter voor wie de zaak dient een afschrift van het bewijs van toevoeging over te leggen, maar het niet voldoen aan die verplichting kan, zoals de Afdeling in voornoemde uitspraak heeft overwogen, geen grond zijn voor het niet onverkort toepassen van het Bvr en de daarin neergelegde vergoedingsmaatstaven, hoezeer een andersluidende bedoeling van de wetgever wellicht ook aannemelijk is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b5fbf7bb2d8e2ccf4c1a8061cb5ca28204e55bac7e7212c3e94ebdeea3c2fe49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b5fbf7bb2d8e2ccf4c1a8061cb5ca28204e55bac7e7212c3e94ebdeea3c2fe49, en de alinea staat in dat document op bytes 17289 tot 18412.