Citaat | Rechtbank Leeuwarden 10 november 2003

Alinea 39 Rechtbank Leeuwarden 10 november 2003

Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 10 november 2003, ECLI:NL:RBLEE:2003:AO2885.

3. [mr. Z.] heeft hiertegen aangevoerd dat hij ten tijde van de onderhandelingen omtrent de aandelenoverdracht aan CSS Holding N.V. optrad als advocaat/adviseur van [S.] Telecom B.V. en dat hij destijds [L.] niet heeft vertegenwoordigd. [mr. Z.] is derhalve bevoegd te verklaren over feiten die hem ter ore zijn gekomen en die bijdragen aan de waarheidsvinding met betrekking tot de op 27 november 2000 telefonisch gemaakte afspraak, aldus [mr. Z.]. Volgens [mr. Z.] blijkt pas bij het getuigenverhoor of en in welke mate [mr. Z.] een beroep op een eventueel verschoningsrecht doet en dient de vraag, of [mr. Z.] al dan niet terecht (g)een beroep op dat eventuele verschoningsrecht doet, per aan hem te stellen vraag en achteraf beoordeeld te worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e84e231dbdd7757d6dc617a113c4ef5f04a4673fd3595fb29aedb26d86bf7eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e84e231dbdd7757d6dc617a113c4ef5f04a4673fd3595fb29aedb26d86bf7eb, en de alinea staat in dat document op bytes 9804 tot 10567.