Citaat | Rechtbank Leeuwarden 29 juni 2006

Alinea 81 Rechtbank Leeuwarden 29 juni 2006

Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 29 juni 2006, ECLI:NL:RBLEE:2006:AX9937.

Ten aanzien van het in artikel 7:2 BW gestelde vereiste dat de koop van een onroerende zaak op straffe van nietigheid schriftelijk moet worden aangegaan, voert [eiser] primair aan dat dit artikel niet ziet op recreatiewoningen, nu het moet gaan om woningen waarin de koper zijn hoofdverblijf heeft en daarvan is bij een recreatiewoning geen sprake. Subsidiair, voor zover een recreatiewoning wel onder het toepassingsgebied van artikel 7:2 BW valt, is [eiser] van mening dat er in de via e-mail gevoerde onderhandelingen sprake is geweest van aanbod en aanvaarding, met als resultaat overeenstemming over de (ver)koop van de recreatiewoning. Met het uitprinten van de betreffende e-mails is voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:2 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/05bb3e8bdd51f076c4f9eece8ad98cc57c0d06442b1d6acfc08f1591860145fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 05bb3e8bdd51f076c4f9eece8ad98cc57c0d06442b1d6acfc08f1591860145fd, en de alinea staat in dat document op bytes 15839 tot 16606.