Citaat | Rechtbank Leeuwarden 21 juli 2006

Alinea 48 Rechtbank Leeuwarden 21 juli 2006

Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 21 juli 2006, ECLI:NL:RBLEE:2006:AY5106.

4.7 Bij de aan de wetgeschiedenis ontleende ratio van artikel 14 van de Wet IB 1964 (zie het hiervoor onder punt 4.5 overwogene), past naar het oordeel van de rechtbank de onder punt 4.6 bedoelde bedrijfseconomische interpretatie van het begrip "opbrengst". De rechtbank is aldus van oordeel dat onder het in artikel 14 van de Wet IB 1964 bezigde begrip "opbrengst" moet worden verstaan de bij de vervreemding van een bedrijfsmiddel verkregen tegenprestatie verminderd met de rechtstreeks aan die vervreemding toerekenbare kosten. De rechtbank wordt in dit oordeel gesterkt door het hiervoor onder punt 4.4 overwogene. De rechtbank wijst eiseres er hierbij op dat, voorzover de tegenprestatie ziet op goedmaking van de rechtstreeks aan de vervreemding toerekenbare kosten, geen sprake is van winst waarover zou moeten worden afgerekend, zodat het fiscale bezwaar van afrekening zich in zoverre niet voordoet. Indien bij de realisatie van een bij de vervreemding van een bedrijfsmiddel verkregen tegenprestatie - conform eiseres' standpunt - de ten laste van het resultaat gebrachte aan die vervreemding toerekenbare kosten niet direct zouden worden goedgemaakt en de verkregen tegenprestatie volledig zou worden gereserveerd voor het vervangende bedrijfsmiddel, zou naar het oordeel van de rechtbank door het aldus ontstane fiscale voordeel een door de wetgever onbedoeld liquiditeits- en rentevoordeel worden genoten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/522ef96e772fdf766165f7ee0f82f0abd750dfb8e88b61f896955dd6d5335085. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 522ef96e772fdf766165f7ee0f82f0abd750dfb8e88b61f896955dd6d5335085, en de alinea staat in dat document op bytes 15902 tot 17334.