Citaat | Rechtbank Leeuwarden 21 juli 2006
Alinea 49 Rechtbank Leeuwarden 21 juli 2006
Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 21 juli 2006, ECLI:NL:RBLEE:2006:AY5106.
4.8 Voor zover eiseres ter onderbouwing van haar visie aanknoping heeft gezocht bij het arrest van de Hoge Raad van 19 oktober 1988, BNB 1989/43, overweegt de rechtbank dat in dat arrest, waarin de vraag aan de orde was of de deelnemingsvrijstelling een bruto- of een nettovrijstelling is, de Hoge Raad heeft overwogen dat op grond van de wetsgeschiedenis moet worden aangenomen dat de wetgever met betrekking tot binnenlandse deelnemingen uitdrukkelijk heeft gekozen voor een brutovrijstelling. Naar het oordeel van de rechtbank valt uit de wetsgeschiedenis van artikel 14 van de Wet IB 1964 een dergelijke nadrukkelijke keuze van de wetgever geenszins op te maken. De rechtbank is derhalve van oordeel dat aan evenbedoeld arrest van de Hoge Raad geen conclusie kan worden verbonden ter zake van de onderhavige kwestie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/522ef96e772fdf766165f7ee0f82f0abd750dfb8e88b61f896955dd6d5335085. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 522ef96e772fdf766165f7ee0f82f0abd750dfb8e88b61f896955dd6d5335085, en de alinea staat in dat document op bytes 17342 tot 18176.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/522ef96e772fdf766165f7ee0f82f0abd750dfb8e88b61f896955dd6d5335085 | shasum -a 256