Citaat | Rechtbank Leeuwarden 2 januari 2007
Alinea 38 Rechtbank Leeuwarden 2 januari 2007
Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 2 januari 2007, ECLI:NL:RBLEE:2007:AZ7652.
4.1 Aangezien de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift een vraag van openbare orde is, overweegt de rechtbank dat krachtens artikel 22j, aanhef en onder b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (tekst 2005), voor zover thans van belang, de termijn voor het instellen van bezwaar aanvangt met ingang van de dag na die van de voldoening. De rechtbank stelt vast dat eiseres in haar brief van 26 januari 2005 expliciet heeft verzocht de brief "als een aanvulling op c.q. als een bezwaar tegen de aangifte van het laatste tijdvak 2004 te beschouwen (…)", terwijl eiseres de over dat tijdvak in haar aangifte verantwoorde omzetbelasting heeft voldaan op 28 januari 2005. Onder toepassing van artikel 6:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is de rechtbank van oordeel dat het bezwaarschrift tijdig is ingediend, terwijl het ook overigens aan de gestelde eisen voldoet, zodat de rechtbank, doende hetgeen verweerder had behoren te doen, het bezwaarschrift ontvankelijk zal verklaren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb06b59cb2e40cff883da391751af8462d5cc9123322fc9badf424f3342226ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb06b59cb2e40cff883da391751af8462d5cc9123322fc9badf424f3342226ae, en de alinea staat in dat document op bytes 11787 tot 12799.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fb06b59cb2e40cff883da391751af8462d5cc9123322fc9badf424f3342226ae | shasum -a 256