Citaat | Rechtbank Leeuwarden 2 januari 2007

Alinea 39 Rechtbank Leeuwarden 2 januari 2007

Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 2 januari 2007, ECLI:NL:RBLEE:2007:AZ7652.

4.2 Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft in zijn arrest van 11 juli 1996, C-306/94 (Régie Dauphinoise), BNB 1997/38, geoordeeld dat de berekening van de aftrek zou worden vervalst, indien alle opbrengsten van financiële handelingen van de belastingplichtige, die verband houden met een belastbare activiteit in de pro-rata noemer moeten worden opgenomen, zelfs wanneer de verkrijging van die opbrengsten generlei gebruik van goederen of diensten waarvoor BTW verschuldigd is of slechts een zeer beperkt gebruik daarvan impliceert. Indien evenwel de financiële handelingen het rechtstreekse, duurzame en noodzakelijke verlengstuk van de belastbare activiteiten vormen, kunnen die handelingen niet worden aangemerkt als bijkomstig in de zin van artikel 19, lid 2, van de Zesde richtlijn, en tast het in aanmerking nemen ervan bij de berekening van het pro rata van de aftrek de neutraliteit van het stelsel van belasting over de toegevoegde waarde niet aan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb06b59cb2e40cff883da391751af8462d5cc9123322fc9badf424f3342226ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb06b59cb2e40cff883da391751af8462d5cc9123322fc9badf424f3342226ae, en de alinea staat in dat document op bytes 12837 tot 13829.