Citaat | Rechtbank Leeuwarden 3 mei 2007

Alinea 25 Rechtbank Leeuwarden 3 mei 2007

Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 3 mei 2007, ECLI:NL:RBLEE:2007:BA6515.

De Advocaat Generaal stelt in zijn conclusie dat "het betasten en laten betasten, ongeacht of de verdachte daarmee seksuele bedoelingen had, in strijd is met de heersende sociaal- ethische opvattingen en mitsdien ontuchtig was." Deze expliciete stelling van de Advocaat Generaal wordt door de Hoge Raad niet overgenomen, immers de Hoge Raad overweegt: "...daarom had het Hof nader behoren te motiveren waarom het van oordeel was dat deze vraag (opmerking rechtbank: de vraag wat wel en wat niet ontuchtig is) bevestigend dient te worden beantwoord." De rechtbank leest in deze overweging dat de uiterlijke verschijningsvorm van de handelingen niet een opzichzelfstaand bewijs van ontucht kan opleveren, maar dat daarbij de bedoelingen van de verdachte dienen te worden betrokken en dat betwisting van het ontuchtige karakter van die bedoelingen nadere motivering behoeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86df72aa4daca8500cf2d38d1dcdaeb5cd88d1aacad2e4ef8c1b4ef805880924. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86df72aa4daca8500cf2d38d1dcdaeb5cd88d1aacad2e4ef8c1b4ef805880924, en de alinea staat in dat document op bytes 9633 tot 10517.