Citaat | Rechtbank Leeuwarden 24 oktober 2007
Alinea 75 Rechtbank Leeuwarden 24 oktober 2007
Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 24 oktober 2007, ECLI:NL:RBLEE:2007:BB6499.
4.7. Met gedaagden is de rechtbank van oordeel dat zij niet op straffe van een dwangsom kunnen worden veroordeeld om hun medewerking te verlenen aan de afwikkeling en verdeling van de nalatenschap, zoals vastgesteld door en op aanwijzing van de notaris, nu nog onduidelijk is of partijen bij de notaris tot overeenstemming zullen komen over de verdeling. De rechtbank leidt uit voormelde vorderingen van eisers af dat zij vrezen dat gedaagden de totstandkoming en de afwikkeling van de verdeling zullen gaan frustreren. Het ligt dan meer in de rede om de rechtbank op grond van artikel 3:185 BW de verdeling te laten vaststellen, zoals door gedaagden in reconventie is gevorderd. De rechtbank zal daarom vorenbedoelde vorderingen in conventie afwijzen en de vordering in reconventie toewijzen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8debe66f5be8b7827671ffe7cd3fb48244efab7f99d3df9f3eaba440c66b1ce0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8debe66f5be8b7827671ffe7cd3fb48244efab7f99d3df9f3eaba440c66b1ce0, en de alinea staat in dat document op bytes 19507 tot 20314.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8debe66f5be8b7827671ffe7cd3fb48244efab7f99d3df9f3eaba440c66b1ce0 | shasum -a 256