Citaat | Rechtbank Leeuwarden 19 december 2007

Alinea 56 Rechtbank Leeuwarden 19 december 2007

Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 19 december 2007, ECLI:NL:RBLEE:2007:BC0688.

4.6. Naar het oordeel van de rechtbank kan de door Van Geenhuizen q.q. gestelde termijn van twee maanden als redelijk worden beschouwd. Anders dan de Bank of Scotland heeft aangevoerd is de rechtbank van oordeel dat een executoriale verkoop, althans een begin van uitvoering daarvan, binnen de gestelde termijn van twee maanden mogelijk was. Naar het oordeel van de rechtbank was de termijn van twee maanden in ieder geval voldoende voor de Bank of Scotland om de mogelijkheid van een executoriale verkoop te onderzoeken en een begin te maken met het uitoefenen van haar rechten als separatist. Gezien het bod dat de Bank of Scotland op 24 januari 2006 heeft ontvangen, was ook een (begin van) onderhandse verkoop via de weg van artikel 3:268 BW binnen de gestelde termijn mogelijk. Uit het vorenoverwogene volgt dat de door Van Geenhuizen q.q. gestelde termijn niet onredelijk was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8dd08013d394b6aded6967c504aa3b6a33c2854d47120507ba6be1f000d0b93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8dd08013d394b6aded6967c504aa3b6a33c2854d47120507ba6be1f000d0b93, en de alinea staat in dat document op bytes 16961 tot 17858.