Citaat | Rechtbank Leeuwarden 19 december 2007

Alinea 57 Rechtbank Leeuwarden 19 december 2007

Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 19 december 2007, ECLI:NL:RBLEE:2007:BC0688.

4.7. In aanvulling op het vorenstaande acht de rechtbank overigens nog van belang dat, toen bleek dat een executoriale verkoop van de woning vóór 1 maart 2006 niet haalbaar was, de Bank of Scotland de mogelijkheid om op grond van artikel 58 Fw één of zonodig meerdere malen bij de rechter-commissaris om verlenging van de haar gestelde termijn had kunnen vragen, onbenut heeft gelaten. Dit klemt temeer nu Van Geenhuizen q.q. de Bank of Scotland expliciet bij brief van 27 december 2005 heeft gewezen op de gevolgen van het stellen van een dergelijke termijn en tevens heeft aangegeven op welke wijze en bij wie om verlenging zou moeten worden verzocht. Ook over de consequenties van het niet binnen de termijn uitoefenen van haar rechten als separatist dan wel het niet tijdig verzoeken om verlenging van de gestelde termijn heeft Van Geenhuizen q.q. de Bank of Scotland tijdig geïnformeerd. Dat de Bank of Scotland desondanks heeft nagelaten om een verlenging van de termijn te verzoeken, is een omstandigheid die voor haar eigen risico behoort te komen. Temeer daar zij zelf expliciet heeft verklaard, zowel bij gelegenheid van pleidooi als ook in de brief van 5 april 2006 (productie 14 bij conclusie van antwoord), dat een medewerker simpelweg heeft verzuimd om een verlenging van de termijn te vragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8dd08013d394b6aded6967c504aa3b6a33c2854d47120507ba6be1f000d0b93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8dd08013d394b6aded6967c504aa3b6a33c2854d47120507ba6be1f000d0b93, en de alinea staat in dat document op bytes 17897 tot 19223.