Citaat | Rechtbank Leeuwarden 19 december 2007

Alinea 61 Rechtbank Leeuwarden 19 december 2007

Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 19 december 2007, ECLI:NL:RBLEE:2007:BC0688.

Het standpunt van Van Geenhuizen q.q. dat hij op geen enkele grond was gehouden om overleg te voeren met de Bank of Scotland en niet behoefde mee te werken aan een onderhandse verkoop kan naar het oordeel van de rechtbank derhalve als juist worden gezien. Van Geenhuizen q.q. behoefde de Bank of Scotland niet in de gelegenheid te stellen om haar rechten als separatist veilig te stellen en op een behoorlijke wijze uit te oefenen. Op grond van de Faillissementswet en het Burgerlijk Wetboek waren deze rechten immers al veilig gesteld, ook nadat de curator een termijn ex artikel 58 Fw had gesteld. Of het categorisch weigeren van medewerking aan een onderhandse verkoop als wenselijk moet worden gezien, is een kwestie die thans niet ter beoordeling staat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8dd08013d394b6aded6967c504aa3b6a33c2854d47120507ba6be1f000d0b93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8dd08013d394b6aded6967c504aa3b6a33c2854d47120507ba6be1f000d0b93, en de alinea staat in dat document op bytes 20140 tot 20915.