Citaat | Rechtbank Leeuwarden 19 december 2007

Alinea 62 Rechtbank Leeuwarden 19 december 2007

Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 19 december 2007, ECLI:NL:RBLEE:2007:BC0688.

4.9. De rechtbank overweegt voorts dat het stellen van een termijn een onderhandse verkoop van de woning niet in de weg hoeft te staan. De Bank of Scotland had op grond van de wet mogelijkheden om een onderhandse verkoop af te dwingen. Via de weg van artikel 3:268 lid 2 BW had de Bank of Scotland de voorzieningenrechter kunnen verzoeken om te bepalen dat de woning onderhands zou worden verkocht. De Bank of Scotland heeft aangevoerd dat zij noch bij een toewijzend, noch bij een afwijzend vonnis binnen de gestelde termijn tot een verkoop van de woning had kunnen komen. Ook wanneer de rechtbank er veronderstellenderwijs vanuit gaat dat dit standpunt juist is, zou de Bank of Scotland echter ook hier weer de mogelijkheid hebben gehad om op grond van artikel 58 Fw de rechter-commissaris om verlenging van de gestelde termijn te verzoeken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8dd08013d394b6aded6967c504aa3b6a33c2854d47120507ba6be1f000d0b93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8dd08013d394b6aded6967c504aa3b6a33c2854d47120507ba6be1f000d0b93, en de alinea staat in dat document op bytes 20972 tot 21829.