Citaat | Rechtbank Leeuwarden 31 maart 2010

Alinea 136 Rechtbank Leeuwarden 31 maart 2010

Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 31 maart 2010, ECLI:NL:RBLEE:2010:BM1729.

3.6 De rechtbank komt tot de slotsom dat verweerder niet, althans onvoldoende, aannemelijk heeft gemaakt dat eiser in de onderwerpelijke tijdvakken respectievelijk op de onderwerpelijke tijdstippen over de gereleveerde bankrekeningen heeft beschikt. De rechtbank neemt daarbij voorts in aanmerking dat verweerder, zoals door eiser in zijn bij het beroepschrift gevoegde bezwaarschrift en in aanvulling daarop ter zitting onweersproken heeft gesteld, aan eisers zoon op grond van hetzelfde feitencomplex eveneens mutatis mutandis dezelfde navorderingsaanslagen IB/PVV en VB ten aanzien van dezelfde bankrekeningen over dezelfde tijdvakken c.q. tijdstippen heeft opgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f415ccf93ec849a75a2e8c32a96539c49dc337f1098de1bad6754d9f0196589c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f415ccf93ec849a75a2e8c32a96539c49dc337f1098de1bad6754d9f0196589c, en de alinea staat in dat document op bytes 32744 tot 33427.