Citaat | Rechtbank Leeuwarden 6 januari 2011

Alinea 56 Rechtbank Leeuwarden 6 januari 2011

Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 6 januari 2011, ECLI:NL:RBLEE:2011:BO9746.

4.14 Ten aanzien van het betoog van EVT dat het college ten onrechte heeft geweigerd haar een proceskostenvergoeding toe te kennen, overweegt de rechtbank het volgende. Ingevolge artikel 7:15, tweede lid, van de Awb worden de door een belanghebbende in bezwaar gemaakte proceskosten enkel door het bestuursorgaan vergoed voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Bij het primaire besluit van 22 mei 2006 heeft het college geweigerd EVT ligplaatsvergunning te verlenen voor plek 2 op de grond dat een doelmatig gebruik van de haven zich daartegen verzet. In de eerdergenoemde uitspraak van 20 mei 2009 heeft de ABRvS reeds geoordeeld dat het college niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom een doelmatig gebruik van de haven zich verzet tegen het verlenen van een ligplaatsvergunning voor plek 2 aan EVT. Daartoe heeft de ABRvS overwogen dat het college aan TSM voor die plek wel een ligplaatsvergunning heeft verleend. Om diezelfde reden kon de weigering om aan EVT een vergunning te verlenen voor plek 2 evenmin worden gebaseerd op de door het college gestelde terughoudendheid met het verlenen van ligplaatsvergunningen. Volgens de ABRvS kon de weigering slechts worden gerechtvaardigd op de grond dat op voorhand uitgesloten moest worden geacht dat EVT aanspraak zou kunnen maken op gebruik of medegebruik van het terminalterrein en de aanleginrichtingen. Dit heeft het college naar het oordeel van de ABRvS niet aannemelijk gemaakt. Bij besluit A heeft het college het primaire besluit, inhoudende de weigering EVT een ligplaatsvergunning voor plek 2 te verlenen, herroepen. Daarnaast heeft het college EVT alsnog een ligplaatsvergunning voor plek 2 verleend. Mede gelet op de omstandigheden dat het college nog steeds niet aannemelijk heeft gemaakt dat op voorhand uitgesloten moet worden geacht dat EVT aanspraak zou kunnen maken op gebruik of medegebruik van het terminalterrein en de aanleginrichtingen en dat het college EVT inmiddels wel een ligplaatsvergunning voor plek 2 heeft verleend, is de rechtbank van oordeel dat vaststaat dat het primaire besluit van 22 mei 2006 onrechtmatig is en dat deze onrechtmatigheid aan het college is te wijten. Hieruit volgt dat het college ten onrechte heeft geweigerd EVT een vergoeding toe te kennen van de in bezwaar gemaakte proceskosten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fe6cc7c514d93fae3cbdb23c44293195e8f881ee954c525b1a155951592f321. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fe6cc7c514d93fae3cbdb23c44293195e8f881ee954c525b1a155951592f321, en de alinea staat in dat document op bytes 32660 tot 35032.