Citaat | Rechtbank Leeuwarden 27 april 2011

Alinea 84 Rechtbank Leeuwarden 27 april 2011

Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 27 april 2011, ECLI:NL:RBLEE:2011:BQ3459.

4.3.1. [gedaagde] stelt primair dat de vordering van ABN AMRO is verjaard op grond van artikel 3:307 jo. 3:308 BW, gezien het tijdsverloop tussen de opeisbaarheid van de geldlening en de dag der dagvaarding. De gehele geleende som, inclusief kredietvergoeding, was op 6 september 2004 opeisbaar. Nadien zijn er door ABN AMRO binnen vijf jaar geen rechtsgeldige stuitingshandelingen verricht. De door ABN AMRO genoemde aanmaningen zijn nimmer door [gedaagde] ontvangen. In dat verband verwijst [gedaagde] naar een verklaring van zijn stiefvader Van de Belt, tussen juli 2006 en mei 2009 woonachtig op het adres [adres] te [adres], en die stelt dat hij zich niet kan herinneren in deze periode ooit een brief van ABN AMRO voor [gedaagde] te hebben ontvangen. Ook betwist [gedaagde] bij gebrek aan wetenschap de juistheid van de telefoonaantekeningen van de incassogemachtigde van ABN AMRO.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e875e115cd077f72c0a4188676522fa9f6d4bdab225db72fd74d259f0c4089b0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e875e115cd077f72c0a4188676522fa9f6d4bdab225db72fd74d259f0c4089b0, en de alinea staat in dat document op bytes 15337 tot 16237.