Citaat | Rechtbank Leeuwarden 27 april 2011

Alinea 98 Rechtbank Leeuwarden 27 april 2011

Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 27 april 2011, ECLI:NL:RBLEE:2011:BQ3459.

4.9. De vraag die vervolgens ter beantwoording voorligt, is of ABN AMRO betaling kan vorderen van de overeengekomen rente tot een bedrag van EUR 13.350,11. [gedaagde] heeft zich op dit punt verweerd door te stellen dat ABN AMRO na het opeisbaar worden van het krediet eerder betaling had moeten vorderen van de kredietsom. De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt. De maatschappelijke functie van een bank brengt volgens vaste jurisprudentie een bijzondere zorgplicht, voortvloeiende uit de eisen van redelijkheid en billijkheid, met zich jegens haar cliënten tot wie zij in een contractuele verhouding staat. In dat verband mag van een bank verwacht worden dat zij, nadat een achterstand in de aflossingen van een krediet ontstaat die opeising van het gehele saldo rechtvaardigt, binnen een redelijke termijn overgaat tot opeising van dit saldo en desnodig ook daadwerkelijk in rechte betaling vordert, om te voorkomen dat de verschuldigde rente te hoog oploopt. In het onderhavige geval staat vast dat het gehele saldo per 6 september 2004 opeisbaar is geworden. Nadien heeft (de incassogemachtigde van) ABN AMRO in 2005 en 2006 een enkele aanmaning aan [gedaagde] gestuurd, waarna de verdere incasso meer dan drie jaren heeft stilgelegen, tot de aanmaning van 29 juli 2009. Hierna heeft het tot medio maart 2010 geduurd, alvorens ABN AMRO haar vordering in rechte aanhangig heeft gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e875e115cd077f72c0a4188676522fa9f6d4bdab225db72fd74d259f0c4089b0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e875e115cd077f72c0a4188676522fa9f6d4bdab225db72fd74d259f0c4089b0, en de alinea staat in dat document op bytes 26395 tot 27807.