Citaat | Rechtbank Leeuwarden 28 april 2011

Alinea 89 Rechtbank Leeuwarden 28 april 2011

Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 28 april 2011, ECLI:NL:RBLEE:2011:BR5241.

2.6 Met betrekking tot de verhogingen die werden opgelegd bij de navorderingsaanslagen voor de inkomstenbelasting 1993 en de vermogensbelasting 1994 is verweerder van mening dat er sprake is van een ernstige of omvangrijke dan wel verhoudingsgewijs omvangrijke fraude, omdat er gebruik is gemaakt van buitenlandse bankrekeningen op naam van een derde, om die aan het zicht van de fiscus te onttrekken; daarbij gaat het om hoge bedragen. Hij stelt zich op het standpunt dat eiseres willens en wetens onjuiste aangiften heeft ingediend. Het feit dat rente moet worden aangegeven acht hij een elementaire regel in het belastingrecht die van algemene bekendheid is. Eiseres geeft in haar aangifte inkomstenbelasting over 1994 de rente op het binnenlandse vermogen wel aan. Mede gezien het feit dat de belastingdienst de laatste jaren campagnes heeft gevoerd met betrekking tot vermogen dat wordt belegd in het buitenland en eiseres gebruik had kunnen maken van de zogenaamde inkeerregeling stelt verweerder dat er sprake is van opzet. Gelet op de ernstige of verhoudingsgewijs omvangrijke fraude acht verweerder een verhoging van 100% zonder kwijtschelding passend en geboden. Subsidiair bepleit verweerder een verhoging (na kwijtschelding) van 50%, meer subsidiair van 25%. Ten aanzien van de overschrijding van de redelijke termijn bepleit verweerder een matiging met 20%.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2dba3a726e2f674aaf8573ac098080bca560fe9d19d43b118e9d3b1a682d2c3c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2dba3a726e2f674aaf8573ac098080bca560fe9d19d43b118e9d3b1a682d2c3c, en de alinea staat in dat document op bytes 27100 tot 28483.