Citaat | Rechtbank Leeuwarden 17 februari 2011

Alinea 67 Rechtbank Leeuwarden 17 februari 2011

Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 17 februari 2011, ECLI:NL:RBLEE:2011:BS8689.

3.6 Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres, op wie in deze de bewijslast rust, tegenover de weerspreking door verweerder, voldoende feiten en omstandigheden gesteld en aannemelijk gemaakt die de conclusie rechtvaardigen dat sprake is van winst uit onderneming. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder van belang de aard, de duurzaamheid en de omvang van eiseres’ werkzaamheden als kunstenares, bezien in samenhang met de omstandigheid dat in de hoogte van de omzet en van het resultaat tot en met 2007 een stijgende lijn valt te herkennen (zie 1.8). Naar het oordeel van de rechtbank kan die stijgende lijn niet los worden gezien van eiseres’ inspanningen om haar naamsbekendheid, en daarmee de afzetmogelijkheden van haar kunstwerken, te vergroten, onder andere door deelname aan solo- en groepstentoonstellingen bij diverse galeries en beurzen (zie 1.3. en 1.7). Deze omstandigheden, bovendien nog bezien in samenhang met de door eiseres gepleegde investeringen (zie 1.6) en de door haar gelopen risico’s met betrekking tot de verkoop van de door haar gemaakte kunstwerken, leiden de rechtbank tot het oordeel dat de inkomsten uit eiseres’ activiteiten als kunstenares als winst uit onderneming kunnen worden aangemerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ac434b3f5a77a49c65215d170803f1cf08027b95b688a9f21a58953013d1f2d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ac434b3f5a77a49c65215d170803f1cf08027b95b688a9f21a58953013d1f2d0, en de alinea staat in dat document op bytes 20704 tot 21960.