Citaat | Rechtbank Leeuwarden 2 november 2011

Alinea 103 Rechtbank Leeuwarden 2 november 2011

Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 2 november 2011, ECLI:NL:RBLEE:2011:BU3382.

5.2. De voorzieningenrechter stelt voorop dat het onderhavige dwangbevel krachtens artikel 4:116 Awb een executoriale titel oplevert, die met toepassing van de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering ten uitvoer kan worden gelegd. Indien een schuldenaar de executie wenst te voorkomen of te doen staken, dan kan hij op de voet van artikel 438 e.v. Rv een executiegeschil aanhangig maken bij de civiele rechter. In zoverre acht de voorzieningenrechter zich dan ook bevoegd om van de vordering van Postma kennis te nemen. Dit laat overigens onverlet dat de voorzieningenrechter met de gemeente van oordeel is dat het indienen van een verzoek tot schorsing van het dwangsombesluit - en krachtens artikel 5:39 BW daarmee ook van de samenhangende invorderingsbeschikkingen - eerder in de rede had gelegen dan dit executiegeschil. In dat geval had Postma immers op korte termijn een - voorlopig - oordeel kunnen krijgen over de rechtmatigheid van het door hem bestreden dwangsombesluit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d33ba675a5ef949944f107fd191f1427566cd3aa2b19e76e6dbf3b01920f2124. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d33ba675a5ef949944f107fd191f1427566cd3aa2b19e76e6dbf3b01920f2124, en de alinea staat in dat document op bytes 25372 tot 26388.