Citaat | Rechtbank Leeuwarden 2 november 2011

Alinea 98 Rechtbank Leeuwarden 2 november 2011

Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 2 november 2011, ECLI:NL:RBLEE:2011:BU3382.

4.3. Uitgangspunt dient te zijn de bevoegdheid van de gemeente om het dwangbevel ten uitvoer te leggen. Voor schorsing van de executie is slechts plaats indien het dwangsombesluit op een kennelijke feitelijke of juridische misslag zou berusten of indien tenuitvoerlegging op grond van na het besluit voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van Postma een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard. Beide situaties zijn hier echter niet aan de orde, waarbij de gemeente nog opmerkt dat de verwijzing door Postma naar een mogelijk faillissement bij voortzetting van de executie niet is onderbouwd. Een dreigend faillissement betreft bovendien geen feit dat na het besluit is voorgevallen, maar is slechts een gevolg van de executie en levert volgens vaste jurisprudentie geen noodtoestand op. De gemeente op haar beurt heeft een groot belang bij voortzetting van de executie, nu Postma zich niets gelegen laat liggen aan de opgelegde last onder dwangsom en in strijd daarmee blijft handelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d33ba675a5ef949944f107fd191f1427566cd3aa2b19e76e6dbf3b01920f2124. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d33ba675a5ef949944f107fd191f1427566cd3aa2b19e76e6dbf3b01920f2124, en de alinea staat in dat document op bytes 23792 tot 24884.