Citaat | Rechtbank Leeuwarden 3 oktober 2011
Alinea 104 Rechtbank Leeuwarden 3 oktober 2011
Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 3 oktober 2011, ECLI:NL:RBLEE:2011:BU5089.
3.9 Volgens vaste jurisprudentie staat het partijen in een belastingprocedure als onderhavige vrij om tot en met de sluiting van het onderzoek ter zitting (nieuwe) grieven of verweren in het geding te brengen op voorwaarde dat een andere partij niet onredelijk in zijn procesvoering wordt bemoeilijkt. In dit geval is het onderzoek ter zitting geschorst teneinde eiser in de gelegenheid te stellen te reageren op hetgeen verweerder ter zitting naar voren heeft gebracht. De rechtbank is daarom van oordeel dat voor zover verweerder in zijn pleitnota nieuwe verweren in het geding heeft gebracht en afgezien van de vraag of aan eiser was toegezegd de pleitnota daags voorafgaand aan de zitting toe te sturen, eiser niet onredelijk in zijn procesvoering is belemmerd. De rechtbank rekent derhalve verweerders pleitnota tot de gedingstukken. De rechtbank gaat voorts voorbij aan eisers stelling dat sprake zou zijn van schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de procesorde, nu deze stelling door eiser niet nader is onderbouwd en onduidelijk is op welk(e) beginsel(en) van behoorlijk bestuur en welke procesorde eiser zich overigens beroept.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/673c386f0746d95ed55a4767842cd3bfa59e6e41542abef382ae03896220a8af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 673c386f0746d95ed55a4767842cd3bfa59e6e41542abef382ae03896220a8af, en de alinea staat in dat document op bytes 26364 tot 27539.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/673c386f0746d95ed55a4767842cd3bfa59e6e41542abef382ae03896220a8af | shasum -a 256