Citaat | Rechtbank Leeuwarden 3 oktober 2011

Alinea 95 Rechtbank Leeuwarden 3 oktober 2011

Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 3 oktober 2011, ECLI:NL:RBLEE:2011:BU5089.

3.1 Ingevolge artikel 16, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) kan, indien enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat een aanslag ten onrechte achterwege is gelaten of tot een te laag bedrag is vastgesteld, dan wel dat een in de belastingwet voorziene vermindering, ontheffing, teruggaaf of heffingskorting ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend, de inspecteur de te weinig geheven belasting dan wel de ten onrechte of tot een te hoog bedrag verleende heffingskorting navorderen. Een feit, dat de inspecteur bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn, kan geen grond voor navordering opleveren, behoudens in de gevallen waarin de belastingplichtige ter zake van dit feit te kwader trouw is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/673c386f0746d95ed55a4767842cd3bfa59e6e41542abef382ae03896220a8af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 673c386f0746d95ed55a4767842cd3bfa59e6e41542abef382ae03896220a8af, en de alinea staat in dat document op bytes 18906 tot 19661.