Citaat | Rechtbank Leeuwarden 15 maart 2012

Alinea 29 Rechtbank Leeuwarden 15 maart 2012

Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 15 maart 2012, ECLI:NL:RBLEE:2012:BV8735.

8. Ter zitting hebben [A] en [B] een uiteenzetting gegeven over de aard en de frequentie van de overlast die zij ondervinden van de bewoners van de opvanglocatie. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan hetgeen [A] en [B] op dit punt naar voren hebben gebracht. Ook het college heeft niet betwist dat [A] en [B] en hun gezinsleden overlast ondervinden van de bewoners van de opvanglocatie. De rechtbank overweegt dat volgens de zogenoemde woonwagenjurisprudentie van de AbRS bij de beoordeling van planschadeverzoeken echter uitsluitend de ruimtelijke gevolgen van het nieuwe planologische regime van belang zijn. De AbRS heeft dit nog eens bevestigd in de hiervoor genoemde uitspraak van 23 april 2008. Gelet op deze uitspraak kan niet gesteld worden dat de opvanglocatie naar haar aard in het algemeen een nadelige invloed op de woonomgeving heeft, welke vertaald dient te worden in een planschadevergoeding. Voor zover [A] en [B] stellen dat zij schade lijden als gevolg van de overlast van de bewoners van de opvanglocatie, is dit geen vermogensschade die op grond van artikel 6.1 van de Wro voor vergoeding in aanmerking komt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/35c3b2f110cfc6d18ffdd91885292cad53fba65964522097147bde7fb3b5ed68. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 35c3b2f110cfc6d18ffdd91885292cad53fba65964522097147bde7fb3b5ed68, en de alinea staat in dat document op bytes 13179 tot 14337.