Citaat | Rechtbank Leeuwarden 28 februari 2012

Alinea 112 Rechtbank Leeuwarden 28 februari 2012

Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 28 februari 2012, ECLI:NL:RBLEE:2012:BW0236.

2.4 Eiser voert hiertoe ten aanzien van de onder 2.1 vermelde vragen - kort gezegd - aan dat verweerder zowel in de periode van het verkrijgen van inlichtingen die nodig zijn voor het bepalen van de verschuldigde belasting, door eiser periode I genoemd, als de periode van het met redelijke voortvarendheid voorbereiden en vaststellen van een aanslag, door eiser periode II genoemd, niet voortvarend heeft gehandeld. Dit moet er op grond van het arrest van de Hoge Raad van 26 februari 2010, nr. 43 050bis, LJN: BJ9092, toe leiden dat de onderhavige navorderingsaanslagen, verhogingen en de boetebeschikkingen dienen te worden vernietigd. Wat betreft periode I verwijst eiser onder meer naar de tijd die voor de identificatie met betrekking tot de bankrekeningen bij KB-Lux is gebruikt. Voor het overige wijst eiser naar verschillende perioden waarin verweerder, aldus eiser, heeft stil gezeten. Ten aanzien van de verhogingen en boeten voert eiser subsidiair aan dat sprake is van undue delay en dat hiermee bij het vaststellen van de hoogte van de boete rekening moet worden gehouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffec0c9d231424ea97fc36abf96bb111aa8618ad4d3f1fd4199485790eda77bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffec0c9d231424ea97fc36abf96bb111aa8618ad4d3f1fd4199485790eda77bd, en de alinea staat in dat document op bytes 28134 tot 29233.