Citaat | Rechtbank Leeuwarden 28 februari 2012
Alinea 134 Rechtbank Leeuwarden 28 februari 2012
Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 28 februari 2012, ECLI:NL:RBLEE:2012:BW0236.
3.9 Tussen het moment waarop de gemachtigde van eiser bij brief van 5 november 2007 - zie 1.25 - zijn reactie op de brief van verweerder van 10 oktober 2007 heeft gegeven en de brief van verweerder van 10 april 2008 - zie 1.26 -, zijn ruim vijf maanden verstreken. Naar het oordeel van de rechtbank is uit de stukken van het geding noch uit het verhandelde ter zitting, aannemelijk geworden dat verweerder in deze periode tot aan het opstellen van de brief van 10 april 2008 enige relevante actie heeft ondernomen. Een bevestiging daarvoor vindt de rechtbank in het feit dat verweerder eerst in zijn brief van 16 april 2008 - zie 1.27 - reageert op de brief van de gemachtigde van eiser van 5 november 2007. Evenmin is aannemelijk geworden dat verweerder relevante activiteiten heeft verricht vanaf het moment waarop de gemachtigde van eiser bij brief van 17 juni 2008 - zie 1.30 - heeft gereageerd op verweerder, tot de aankondiging van de onderhavige navorderingsaanslagen door verweerder bij brief van 17 december 2008 - zie 1.34 -, in totaal een periode van zes maanden. Dat op 5 augustus 2008 - zie 1.32 - en 17 augustus 2008 - zie 1.33 - nog stukken van de gemachtigde van eiser zijn binnengekomen, brengt hierin geen verandering. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat eiser ter zitting onbetwist heeft gesteld dat deze stukken geen invloed hadden op de hoogte van de aanslagen. Door niets te doen tussen 5 november 2007 en 10 april 2008 (vijf maanden) en voorts tussen 17 juni 2008 en 17 december 2008 (zes maanden), in onderling verband bezien, heeft verweerder, naar het oordeel van de rechtbank, de termijn ten aanzien van de bankrekening bij CLL verder overschreden dan noodzakelijkerwijs is gemoeid met het met redelijke voortvarendheid voorbereiden en vaststellen van de navorderingsaanslagen. Dit klemt temeer nu de bedragen die verweerder in zijn aankondigingsbrief van 17 december 2008 heeft vermeld nagenoeg dezelfde bedragen zijn als die hij heeft genoemd in de brief van 10 oktober 2007. Mitsdien is in strijd gehandeld met criterium (ii) van het onder 3.4 genoemde arrest van de Hoge Raad.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffec0c9d231424ea97fc36abf96bb111aa8618ad4d3f1fd4199485790eda77bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffec0c9d231424ea97fc36abf96bb111aa8618ad4d3f1fd4199485790eda77bd, en de alinea staat in dat document op bytes 40347 tot 42478.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ffec0c9d231424ea97fc36abf96bb111aa8618ad4d3f1fd4199485790eda77bd | shasum -a 256