Citaat | Rechtbank Leeuwarden 8 augustus 2012
Alinea 128 Rechtbank Leeuwarden 8 augustus 2012
Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 8 augustus 2012, ECLI:NL:RBLEE:2012:BY2730.
2.7. Bij antwoordconclusie na getuigenverhoor en tegenverhoor heeft [B] naar aanleiding van de bewijsopdracht in het tussenvonnis onder meer gesteld dat de rechtbank de constructie van de voorshandse aannemelijkheid niet op de juiste wijze heeft toegepast. Volgens [B] zou [A] het volle bewijs, zijnde zwaarder bewijs dan tegenbewijs, moeten leveren van haar stelling dat [B] haar mededelingsplicht zou hebben geschonden en ligt het bewijsrisico volledig bij [A].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b25335d900bb18d7ec6bec6eba3f8f5a791705b69db815162c6a88ec845a2b5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b25335d900bb18d7ec6bec6eba3f8f5a791705b69db815162c6a88ec845a2b5b, en de alinea staat in dat document op bytes 27960 tot 28437.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b25335d900bb18d7ec6bec6eba3f8f5a791705b69db815162c6a88ec845a2b5b | shasum -a 256