Citaat | Rechtbank Leeuwarden 3 juli 2012

Alinea 74 Rechtbank Leeuwarden 3 juli 2012

Een alinea uit Rechtbank Leeuwarden 3 juli 2012, ECLI:NL:RBLEE:2012:BY6192.

3.11 Op grond van de artikelen 3.94 en 3.95 van de Wet IB 2001 dient belastingheffing ter zake van ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen zoveel mogelijk te geschieden op een wijze, alsof het vermogensbestanddeel tot een ondernemingsvermogen behoort. Eiseres’ echtgenoot heeft zijn onderneming en daarmee het gebruik van de grond per 1 maart 2006 gestaakt. Naar het oordeel van de rechtbank leidt de beëindiging van het gebruiksrecht ertoe dat de terbeschikkingstelling op dat moment is beëindigd, zodat vanaf dat moment niet langer sprake is van een waardedruk. Dit betekent dat de onroerende zaken overgaan naar het inkomen uit sparen en beleggen tegen de waarde vrij te aanvaarden, welke waarde tussen partijen is vastgesteld op € 1.492.000 (onder 1.10). Gelet hierop is de aanslag IB/PVV 2006 door verweerder op de juiste wijze vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abbfb2537390c3c527ddb558740ddc6bc1d16a5188285fa9189dec42ad1304a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abbfb2537390c3c527ddb558740ddc6bc1d16a5188285fa9189dec42ad1304a4, en de alinea staat in dat document op bytes 25849 tot 26721.