Citaat | Rechtbank Limburg 6 september 2013
Onder 7. Rechtbank Limburg 6 september 2013
Een alinea uit Rechtbank Limburg 6 september 2013, ECLI:NL:RBLIM:2013:5502.
Over het verwijt van eiser dat verweerder misbruik van zijn bevoegdheden heeft gemaakt door één stedenbouwkundige ontwikkeling in twee afzonderlijke planologische besluiten neer te leggen en op die wijze de hoogte van de planschadevergoeding te sturen, is ter zitting namens verweerder uitgelegd dat destijds een projectontwikkelaar vrijstelling heeft gevraagd en gekregen om vooruitlopend op het bestemmingsplan “[bestemmingsplan]”, zes woningen te mogen bouwen. Pas meer dan twee jaar later is dit nieuwe bestemmingsplan uiteindelijk vastgesteld. Van enig vooropgezet plan van verweerder om op deze wijze de 2%-aftrek twee keer te kunnen toepassen, is dan ook geen sprake geweest. Dit blijkt althans nergens uit. Verweerder heeft er voorts terecht op gewezen dat eiser de dubbele aftrek van 2% van de waarde van het onroerend goed had kunnen voorkomen door zelf tijdig een eerste planschadeverzoek in te dienen. Immers, op 1 juli 2008 is de WRO ingetrokken en is de Wro in werking getreden. Ingevolge artikel 9.1.18, eerste lid, van de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening, voor zover thans van belang, blijft het recht, zoals dat gold vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, van toepassing ten aanzien van aanvragen om schadevergoeding ingevolge artikel 49 van de WRO die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet. Ingevolge het tweede lid geldt artikel 6.2, tweede lid, van de Wro tot 1 september 2010 niet voor aanvragen ingevolge artikel 6.1 van die wet om tegemoetkoming in schade die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is ontstaan. In dit geval is de schade vóór 1 juli 2008 (namelijk op 17 april 2008) ontstaan. Eiser had, toen het vrijstellingsbesluit op 19 augustus 2009 onherroepelijk werd, vóór 1 september 2010 een aanvraag om een tegemoetkoming in de planschade kunnen indienen. Verweerder had in dat geval artikel 6.2, tweede lid, van de Wro niet mogen toepassen. Eisers stelling ter zitting dat hij afging op het advies van een gemeenteambtenaar om één aanvraag in te dienen voor beide schadeveroorzakende besluiten samen, is op geen enkele wijze nader onderbouwd. De rechtbank laat die stelling dan ook buiten beschouwing. Overigens blijkt uit de stukken dat eiser ten tijde van het vrijstellingsbesluit al werd bijgestaan door een rechtsbijstandverlener, die hem er (mogelijk) op had kunnen wijzen dat het uitstellen van een planschadeverzoek ertoe zou leiden dat artikel 6.2, tweede lid, van de Wro op het verzoek van toepassing werd. Dat deze nieuwe wettelijke bepaling ongunstig voor eiser uitpakt, is overigens een keuze van de wetgever en kan verweerder niet worden aangerekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1ffdfa14e820f7c8beb086fcca153f3aec93e4a75dc30737ae2a08de25c8537. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1ffdfa14e820f7c8beb086fcca153f3aec93e4a75dc30737ae2a08de25c8537, en de alinea staat in dat document op bytes 11381 tot 14073.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a1ffdfa14e820f7c8beb086fcca153f3aec93e4a75dc30737ae2a08de25c8537 | shasum -a 256