Citaat | Rechtbank Limburg 14 november 2013

Onder 5.4. Rechtbank Limburg 14 november 2013

Een alinea uit Rechtbank Limburg 14 november 2013, ECLI:NL:RBLIM:2013:8853.

Naar het oordeel van de kantonrechter is bepaald aannemelijk geworden dat [eiser] in ieder geval op of kort na 28 mei 2013 heeft begrepen dat DHL het contract niets wenste voort te zetten. DHL heeft een schriftelijke verklaring d.d. 29 oktober 2013 in het geding gebracht van supervisor [X]. Deze verklaart dat hij de brief van 28 mei 2013 aan [eiser] heeft overhandigd en daarbij tevens in de Engelse taal uitleg heeft gegeven over de inhoud. De stelling van [eiser] dat het slechts een vluchtig gesprek was waaruit zij begreep dat er iets in haar contract zou veranderen acht de kantonrechter - daargelaten het antwoord op de vraag of [eiser] daadwerkelijk geen woord Nederlands spreekt – onvoldoende ter weerlegging van de stellingen van DHL dienaangaande.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9acfbf4ea26ae57eb8c5122635fe90e9d2fcbcabdf7497afc93785527c7d6d85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9acfbf4ea26ae57eb8c5122635fe90e9d2fcbcabdf7497afc93785527c7d6d85, en de alinea staat in dat document op bytes 12267 tot 13041.