Citaat | Rechtbank Limburg 3 maart 2014
Onder 37. Rechtbank Limburg 3 maart 2014
Een alinea uit Rechtbank Limburg 3 maart 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:1932.
Ingevolge onderdeel A van de bijlage wordt onder een plan mede begrepen een plan voor zover dat wordt genoemd in kolom 4 van de (relevante) onderdelen C onderscheidenlijk D. Met verweerder stelt de rechtbank vast dat in kolom 4 van de voor de onderhavige projectbesluiten relevante onderdelen C14, D18.2 en D18.4 geen plan wordt genoemd. Van een landinrichtingsproject – waarnaar door eisers is verwezen – dat is genoemd in categorie D9 en waarbij in kolom 4 wel een plan wordt genoemd, is geen sprake. Van een verplichting tot het opmaken van een milieueffectrapportage specifiek gekoppeld aan het projectbesluit is dan ook geen sprake. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voor een beoordeling van de milieuaspecten en de ruimtelijke implicaties daarvan in de ruimtelijke onderbouwing heeft mogen verwijzen naar het MER dat is opgesteld naar aanleiding van de verplichting in het kader van de milieubesluiten en de daaraan ten grondslag liggende onderzoeken. Verweerder heeft hiermee voldaan aan het vereiste van artikel 5.1.3, tweede lid, van het Bro.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcc083f05ca154d6a8e88bd462fee4e8e6c7c8a8f2d658c7aee781717eb2fb38. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcc083f05ca154d6a8e88bd462fee4e8e6c7c8a8f2d658c7aee781717eb2fb38, en de alinea staat in dat document op bytes 38654 tot 39731.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcc083f05ca154d6a8e88bd462fee4e8e6c7c8a8f2d658c7aee781717eb2fb38 | shasum -a 256