Citaat | Rechtbank Limburg 19 februari 2014

Onder 2.12. Rechtbank Limburg 19 februari 2014

Een alinea uit Rechtbank Limburg 19 februari 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:2997.

Nu hiervoor geoordeeld is dat [eiseres] de door haar gedeclareerde werkzaamheden in opdracht van [gedaagde] verricht heeft, en er in rechte van uitgegaan kan worden dat de overeenkomst in de uitoefening van het beroep of bedrijf van [eiseres] is aangegaan, geldt ingevolge het bepaalde in art. 7:405 lid 1 BW dat [gedaagde] als opdrachtgever ter zake van die werkzaamheden loon en voor zover daarin niet begrepen een vergoeding van “onkosten” (art. 7:406 lid 1 BW) aan [eiseres] verschuldigd is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8e52d8ad915ea48a6f8087db43accb3a4f2ddea1948aa33d899df064a151f35. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8e52d8ad915ea48a6f8087db43accb3a4f2ddea1948aa33d899df064a151f35, en de alinea staat in dat document op bytes 13651 tot 14164.