Citaat | Rechtbank Limburg 7 mei 2014

Alinea 41 Rechtbank Limburg 7 mei 2014

Een alinea uit Rechtbank Limburg 7 mei 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:4746.

Tot de subsidiaire verweren behoort het beroep van [gedaagde] op het ontbreken van een gerichte geldige ingebrekestelling en deswege van buiten rechte ingetreden betalingsverzuim. De brief van 23 mei 2013 kan daaraan niet bijdragen omdat die de dag daarop al weer door ‘GGN’ ingetrokken is (voor wat betreft het gevorderde bedrag) en een brief van 29 juli 2013 (door Hoist in het exploot genoemd) heeft [gedaagde] nooit bereikt. Een en ander staat in ieder geval in de weg aan het vorderen van vervallen geachte rente en van een vergoeding van buitengerechtelijke kosten. In het licht van het verzuim van Essent / Hoist om adequaat te reageren op de diverse bezwaren en vragen van [gedaagde] is het instellen van deze twee nevenvorderingen ook nog eens in strijd met redelijkheid en billijkheid. Voor wat de kosten betreft, schiet Hoist verder tekort in de plicht daaraan ‘concreet invulling te geven’ en heeft te gelden dat de daaraan eventueel ten grondslag liggende werkzaamheden ‘niet opportuun’ waren in het licht van de toezeggingen van Essent (de gewekte verwachting) dat vooralsnog geen acties ondernomen zouden worden en in het licht van de door de gemeente Maastricht afgegeven betalingsgarantie (althans met betrekking tot de hoogste factuur).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b426b72fe3b8bec696655679941072a063b22a809665c53a78dab28bcb2e2e95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b426b72fe3b8bec696655679941072a063b22a809665c53a78dab28bcb2e2e95, en de alinea staat in dat document op bytes 22964 tot 24244.