Citaat | Rechtbank Limburg 7 mei 2014
Alinea 44 Rechtbank Limburg 7 mei 2014
Een alinea uit Rechtbank Limburg 7 mei 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:4746.
Door de processuele eisen / voorwaarden als bedoeld in de artikelen 21, 85 en 111 Rv in sterke mate te negeren, althans vergaand onvoldoende te respecteren, heeft Hoist (al dan niet op gezag van Essent) de kantonrechter en haar wederpartij niet het inzicht geboden in de aard, inhoud en omvang van haar vordering dat voor een inleidend processtuk van haar verlangd mag worden. Weliswaar gaat de wetgever ervan uit dat in beginsel een herstelkans geboden wordt in een tweede procesronde (al dan niet schriftelijk gevoerd), maar bij een vordering als de onderhavige en ten aanzien van een repeatplayer als Hoist (net zo goed als Essent), verzetten alleen al overwegingen van proceseconomische aard, doelmatigheid en doeltreffendheid zich tegen een dergelijke herkansing. Aan deze processuele beslissing draagt verder in niet onbelangrijke mate de overweging bij dat Hoist, althans haar gemachtigde, in het exploot van dagvaarding welbewust een onware voorstelling van zaken geeft op ten minste één onderdeel, dat ziet op het (niet) weergeven van de voorgeschiedenis. Waar [gedaagde] in een betoog van negen pagina’s bij antwoord het grootste deel van zijn relaas ophangt aan hetgeen buiten rechte voorgevallen is in de relatie tot Essent / “HOIST Essent FF” en tot de gemachtigde ‘GGN’ en daar ook nog elf van de dertien zeer illustratieve producties aan wijdt, presteert Hoist het om onder het kopje ‘Verweer’ zich doodleuk op het standpunt te stellen: “Gedaagde heeft de vordering van eiseres niet betwist” (en als hij dat in de procedure alsnog mocht doen, wil Hoist wel repliceren, maar niet compareren). Waar [gedaagde] verder dertien goed toegelichte producties aan zijn antwoord hecht, beperkt Hoist zich tot één weinig zeggende en ook nog eens aan de verkeerde toegeschreven productie (een kopie van een brief d.d. 21 januari 2013 van Essent aan [gedaagde] die volgens Hoist afkomstig is van ‘eiseres/haar incassotussenpersoon’). Bewijs (ook bij geschrifte) biedt Hoist slechts aan op een manier die in abstractie en nietszeggendheid uitblinkt: “Eiseres biedt aan haar stellingen te bewijzen door alle middelen rechtens” en/of “Eiseres is bereid en biedt aan deze vordering desgewenst nader te specificeren en/of nadere stukken in het geding te brengen”. Hoewel Hoist niet in de gelegenheid gesteld is op het verweer en de producties van [gedaagde] te reageren, moet zij geacht worden daarmee ten volle bekend te zijn geweest ten tijde van dagvaarding nu alle elf relevant geachte producties inclusief de daaraan verbonden toelichting in het antwoord ontleend zijn aan rechtstreekse contacten van [gedaagde] (voor hem de gemeentelijk ambtenaar [naam 1]) met Hoists beweerde rechtsvoorgangster Essent en het kantoor van de incassogemachtigde (‘GGN’) dat thans ook in rechte als gemachtigde verschijnt. Hoist had dus geprepareerd kunnen en moeten zijn op zowel het verweer als de concrete verweermiddelen van [gedaagde] en zij had daar zelfs eigener beweging bij exploot al melding van moeten maken (art. 111 lid 3 Rv). Door het tegendeel te poneren (‘er bestond geen verweer’) spreekt zij onwaarheid, poogt zij de kantonrechter (eventueel in de hoop op verstek van de gedaagde partij) op het verkeerde been te zetten en schendt zij elementaire regels van goede procesorde en zorgvuldig / zuiver procederen. Hoist doet dit nota bene nadat gemeentelijk consulent [naam 1] in zijn aangetekend aan ‘GGN’ verzonden brief van 14 augustus 2013 de doorverwijzing van [gedaagde] naar een advocaat aangekondigd had voor het geval tot dagvaarding overgegaan zou worden. Een gewaarschuwd mens had dus beter kunnen weten en in ieder geval anders kunnen doen. En wat er dan in deze concrete zaak nog bijkomt: Hoist geeft in plaats van Essent nog steeds bij exploot niet de duidelijkheid over de in rekening gebrachte posten - naar herkomst en omvang - waarom [gedaagde] al sinds 17 januari 2013 vraagt en die ook de kantonrechter absoluut noodzakelijk acht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b426b72fe3b8bec696655679941072a063b22a809665c53a78dab28bcb2e2e95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b426b72fe3b8bec696655679941072a063b22a809665c53a78dab28bcb2e2e95, en de alinea staat in dat document op bytes 24790 tot 28802.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b426b72fe3b8bec696655679941072a063b22a809665c53a78dab28bcb2e2e95 | shasum -a 256