Citaat | Rechtbank Limburg 7 mei 2014

Alinea 45 Rechtbank Limburg 7 mei 2014

Een alinea uit Rechtbank Limburg 7 mei 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:4746.

Al vaker is Hoist (net als Essent en net als haar professionele gemachtigde) in vonnissen en anderszins gewezen op de ondeugdelijkheid van processtukken waarin bijvoorbeeld verzuimredeneringen essentiële schakels missen, waarin de verzend- en ontvangsttheorie (de betekenis van art. 3:37 lid 3 BW voor het rechtsgevolg dat de zender van een wilsverklaring beoogt te bereiken) miskend wordt of waarin stellingen gebrekkig verwoord en onvoldoende geadstrueerd zijn dan wel niet voldoende voorzien zijn van specifiek bewijs althans een adequaat gespecificeerd bewijsaanbod. Met de vergaand geabstraheerde exploten van dagvaarding die Hoist belieft te hanteren, loopt zij nu eenmaal het gerede risico de plank mis te slaan. Zeker in de gevallen waarin zij stuit op een gedaagde partij die zich niet klakkeloos bij de vordering neerlegt en zich aldus niet geheel afhankelijk maakt van ambtshalve rechterlijke toetsing van aspecten van de vordering (zoals wel het geval is bij verstek of bij afwezigheid van inhoudelijk verweer).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b426b72fe3b8bec696655679941072a063b22a809665c53a78dab28bcb2e2e95. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b426b72fe3b8bec696655679941072a063b22a809665c53a78dab28bcb2e2e95, en de alinea staat in dat document op bytes 28859 tot 29897.