Citaat | Rechtbank Limburg 13 juni 2014
Onder 3.3.3 Rechtbank Limburg 13 juni 2014
Een alinea uit Rechtbank Limburg 13 juni 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:5459.
Uitvaartondernemer [getuige 8] heeft op 2 november 2013 aanvankelijk verklaard dat hij de moeder van verdachte op 22 oktober 2013 na 11.00 uur heeft gebeld om te vertellen dat hij het door haar bestelde glazen binnenwerk van een graflantaarn had ontvangen. Voorts verklaarde hij dat de moeder van verdachte, samen met haar vriendin en verdachte één tot anderhalf uur later bij zijn bedrijf - uitvaartonderneming [naam 2] - aankwamen. Op 12 november 2013 verklaarde [getuige 8] dat uit zijn administratie was gebleken dat hij de bestelling voor mevrouw [getuige 7] pas op 24 oktober 2013 had ontvangen. Ook heeft [getuige 8] een zogenaamd “tracking formulier” aan de politie overgelegd, waaruit blijkt dat [getuige 8] de bestelling inderdaad op 24 oktober 2013 heeft ontvangen. Deze verklaring wordt bovendien ondersteund door de opgevraagde telefoongegevens, waaruit blijkt dat [getuige 8] op 24 oktober 2013 om 15.43 uur werd gebeld door het telefoonnummer dat in gebruik is bij de moeder van verdachte. Op 22 oktober 2013 werd [getuige 8] niet door [getuige 7] gebeld. De rechtbank is, gelet daarop, van oordeel dat verdachte dus niet op 22 oktober 2013, maar op 24 oktober 2013 samen met zijn moeder bij uitvaartonderneming [naam 2] is geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb9ef31301fc3d54ae5a546d73d126218ecf81bafb907ee818b0ce1741558364. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb9ef31301fc3d54ae5a546d73d126218ecf81bafb907ee818b0ce1741558364, en de alinea staat in dat document op bytes 51345 tot 52611.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eb9ef31301fc3d54ae5a546d73d126218ecf81bafb907ee818b0ce1741558364 | shasum -a 256