Citaat | Rechtbank Limburg 13 juni 2014

Onder 3.3.3 Rechtbank Limburg 13 juni 2014

Een alinea uit Rechtbank Limburg 13 juni 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:5459.

Op 2 november 2013 heeft verklaard [getuige 9] op de vraag of zij verdachte op 22 oktober 2013 had gezien dat zij “ergens die week” met de moeder van verdachte en verdachte rond 08.45 uur bij uitvaartcentrum [naam 2] in Heer is geweest. Zij ging daar een soort glas ophalen voor in een graflantaarn. Toen zij die ochtend bij de moeder van verdachte arriveerde, zag zij dat verdachte daar al was. Op de vraag of verdachte in de nacht van 21 op 22 oktober 2013 bij haar heeft geslapen, antwoordde [getuige 9] “volgens mij niet!”. Later heeft zij verklaard dat wanneer op een lijst staat vermeld dat verdachte in de nacht van 21 op 22 oktober 2013 bij haar heeft geslapen, dat verdachte dan wel bij haar geslapen moest hebben.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb9ef31301fc3d54ae5a546d73d126218ecf81bafb907ee818b0ce1741558364. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb9ef31301fc3d54ae5a546d73d126218ecf81bafb907ee818b0ce1741558364, en de alinea staat in dat document op bytes 52800 tot 53545.